Nederlands Elektriciteit Administratie­kantoor

Voorgeschiedenis

1900

De eerste gemeenten gingen zich bezighouden met elektriciteitsvoorziening.

1920

In dit jaar waren er 550 elektriciteitsproductiebedrijven (epb’s), uitsluitend in eigendom van provincies of gemeenten. Geen scheiding tussen productie, distributie, groot- en/of kleinverbruikers.

1949

Oprichting van N.V. Samenwerkende Elektriciteitsproductiebedrijven (Sep) door de 10 grootste epb’s.

1964

Sep en de epb’s sluiten met N.V. Gemeenschappelijke Kernenergiecentrale Nederland (GKN), de eigenaar en exploitant van de Kernenergiecentrale Dodewaard (KCD), een overeenkomst tot het afnemen van alle elektriciteit opgewekt door kernenergie.

1986

Overeenkomst tot Samenwerking (OVS) tussen Sep en de epb’s. Deze leidt tot Elektriciteitswet 1989.

1988

Alle regionale, provinciale en gemeentelijke epb’s worden samengevoegd tot 4 epb’s. De epb’s blijven eigendom van de (lagere) overheid. Deze epb’s zijn:

  • EPON met leveringsgebied Oost en Noord Nederland
  • EPZ met leveringsgebied Zuid Nederland
  • EZH met leveringsgebied Zuid-Holland
  • UNA met leveringsgebied Utrecht en Noord-Holland
1989

Partijen in de OVS stemmen in met de Elektriciteitswet 1989. Opgenomen zijn wettelijke aanpassingen in de structuur van het systeem. Er zijn vijf hoofdelementen:

  • Scheiding van productie en distributie.
  • Apart landelijk net voor het transport van elektriciteit (het latere Tennet).
  • Actieve pooling van productiekosten uit te voeren door Sep.
  • Beperking van het aantal epb’s.
  • Invoering van concurrentieprikkels.

GKN krijgt een status aparte omdat de KCD niet voldoet aan een minimum opwekkingsvermogen van 2.500 MW. De aandelen GKN worden eind 1988 door de epb’s overgedragen aan Sep.

1990

Overdracht PZEM (eigendom van Delta) aan EPZ waardoor EPZ eigenaar wordt van de Kernenergiecentrale Borssele (KCB) en Sep verantwoordelijk wordt voor de pooling van de elektriciteit opgewekt door de KCB.

1998

Elektriciteitswet 1998 wordt van kracht en vervangt de Elektriciteitswet 1989. Hiermee wordt de elektriciteitsmarkt conform Europese richtlijnen definitief geliberaliseerd en het wettelijk vastgelegde monopolie opgeheven. Opgenomen is onder meer:

  • De productie en verkoop wordt opgedragen aan Essent, NUON, EPZ, Electrabel en Eneco.
  • Het transport van elektriciteit via regionale netten dient door Essent, NUON, Eneco en Delta overgedragen te worden aan bedrijven die publiek eigendom zijn.
  • Het transport van elektriciteit via het landelijke (hoofdspanning)net dat door Tennet wordt verzorgd dient door Sep overgedragen te worden aan de Staat.
2001

De epb’s krijgen vergunning om als zelfstandige, commerciële bedrijven in de markt te gaan opereren. Sep wordt ontbonden. De afwikkeling wordt aan NEA, de rechtsopvolger van Sep, opgedragen.

2017

NEA heeft de totale afwikkeling van Sep gerealiseerd. Echter, de overdracht van de aandelen GKN aan COVRA, zoals in 2002 met de Staat overeengekomen, is nog steeds niet gerealiseerd. Aan alle voorwaarden van overdracht is voldaan, zoals:

  • Afwikkeling Sociaal Plan.
  • Verwerking en opslag van laag, middel en hoog radioactief afval.
  • Eigendomsoverdracht van uranium en plutonium aan derden conform voorwaarden Euratom en IAEA.
  • Veilige insluiting KCD tot datum ontmanteling in 2045.
  • Overdracht aandelen COVRA aan de Staat.

Zie ook relevante documenten.